Facebook
Comité 4 en 5 mei
035-602 10 08

Webdesign SoestSoester CourantEetcafé Centraal

Toespraak Soesterberg door burgemeester R.T. Metz 2018

Toespraak Soesterberg door burgemeester R.T. Metz 2018

Fijn dat u naar deze herdenking in Soesterberg bent gekomen. Morgen vieren we dat er 73 jaar geleden een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog en dat we sindsdien in vrijheid leven. Vandaag staan wij stil, niet alleen bij de slachtoffers van déze verschrikkelijke oorlog, maar herdenken we ook de doden die zijn gevallen bij vredesmissies en conflicten daarna. Tijdens deze herdenking neemt de Tweede Wereldoorlog wel een centrale plaats in. Met meer dan tweehonderdduizend slachtoffers in Nederland heeft deze oorlog een enorme impact gehad op de levens van onze ouders en grootouders, en dat is zelfs voor onze generatie, die de oorlog niet zelf meegemaakt heeft, nog steeds voelbaar.

We kennen allemaal de grote lijnen en belangrijkste namen van de oorlog. Maar de Tweede Wereldoorlog was zo veel meer dan D-Day en het bombardement van Rotterdam. In de schaduw van die grote gebeurtenissen liggen de kleine verhalen, die vaak minder groots en meeslepend zijn, maar die in het persoonlijke leven van velen een veel grotere impact hebben gehad. De verhalen en anekdotes uit uw en mijn familie, van generatie op generatie overgedragen. Verhalen over offers en verraad die de keiharde realiteit van de oorlog opeens heel dichtbij brengen. Over het schrijnende verdriet, soms nog steeds voelbaar, om het verlies van een dierbare. Verhalen over morele dilemma’s, moed en verzet.

Het gevoel van groeiende weerstand, van verzet, stroomde door de aderen van iedere recht gesnaarde Nederlander. Maar die gevoelens daadwerkelijk omzetten in daden, dat kon, wilde, durfde niet iedereen. Degenen die dat wel deden, namen een enorm risico en moesten daarvoor niet zelden het grootst mogelijke offer brengen: dat van hun leven.

In mijn familie halen we regelmatig herinneringen op aan mijn grootvader. Ik heb al eerder over hem verteld. Mijn grootvader zat bij het verzet. Hij was uitbater van een zeemanshuis, waar hij niet alleen mensen en wapens van de ondergrondse onderbracht, maar ook de illegale verzetskrant Trouw. Hij werd op zeker moment bij het rondbrengen van de krant aangehouden door de Duitsers, kon zich gelukkig net op tijd van het belastende materiaal ontdoen, maar kon niet helaas voorkomen dat er nog een huiszoeking volgde in het zeemanshuis.

Mijn grootvader was geen al te lange man, en hij snelde met gemak onder het lage plafond van de kelder door, in tegenstelling tot de lange Duitser, die steeds moest bukken om zijn hoofd niet te stoten. Dat werd de Duitser blijkbaar zat, want op een gegeven moment wees hij op de afgedekte stapel achter in de kelder en vroeg wat daar lag. Aardappels, beweerde mijn grootvader onverschrokken. De Duitser maakte rechtsomkeert, en kwam daardoor nooit te weten dat daar in werkelijkheid een partij illegale wapens lag…

We kunnen in onze familie smakelijk lachen om deze anekdote, omdat het verhaal een goede afloop krijgt. Mijn grootvader was die domme Duitser immers te slim af. En humor is een goede manier om de angst, die ongetwijfeld door zijn lijf raasde op dat moment, te verbloemen. Hoe anders zouden de sentimenten in onze familie zijn, wanneer mijn grootvader het niet na had kunnen vertellen? Ik wil daar liever niet over nadenken…

We proberen op vele manieren de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden. Herdenken vervult daarbij een belangrijke rol. Er verschijnen ook nog regelmatig boeken en films over de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog. Dat er nog altijd zoveel aandacht voor, is een groot goed. Zo kan ook onze generatie zich misschien ietsje beter een voorstelling maken van hoe het geweest moet zijn om toen te leven. De herinnering levend houden, is bovendien een belangrijk eerbetoon aan de oorlogsslachtoffers.

Het is echter minstens zo belangrijk om het niet mooier te maken dan het was. Bij het verzet gaan, dat klinkt vandaag de dag bijna als een spannend scenario, vol actie en avontuur. Ja, natuurlijk waren de mannen en vrouwen die hun leven op het spel zetten helden. Maar als zij zich al realiseerden welke enorme risico’s er kleefden aan hun daden, dan regeerde toch voornamelijk angst. Angst voor ontdekking. Angst voor represailles en razzia’s. De angst dat jij of je familieleden de verzetsdaad met de dood zouden moeten bekopen. De realiteit was keihard en rauw, daar was niets spannends of romantisch aan.

Degenen die in verzet kwamen, zullen dat vaak meer uit hevige verontwaardiging dan vanwege extreme heldenmoed gedaan hebben, aangewakkerd door een klein incident, een akkefietje op de hoek van de straat.

Dat lees je ook terug in het boek ‘Mama, het is oorlog’ van schrijfster Cecile Oranje, een boek dat ik met veel belangstelling heb gelezen. Zij heeft in haar boek oorlogsherinneringen van Nederlanders en Duitsers opgetekend, waaronder een aantal mensen uit Soest en omgeving. Het zijn eenvoudige verhalen over heel gewone mensen, mensen zoals u en ik, die in hun dagelijks leven opeens geconfronteerd werden met oorlog en geweld, en er naar beste eer en geweten mee om zijn gegaan. Die probeerden te overleven, in verzet kwamen, onderduikers hielpen, de bezetter om de tuin leidden.

Zoals Roel, geboren in 1931, die tijdens de oorlog aan de Birkstraat woonde. Ik wil daar graag een klein stukje van voorlezen: Bij ons achter kom je in de polder, op de weg die nu Peter van den Breemerweg heet. Daar was een boer, Dikke Manus, en de moffen vonden daar een groot varken, een dikke, vette zeug. Ik zie ze nog achter ons huis aankomen met dat varken met een touw om zijn achterpoot. Het werd geslacht en aan een ladder gehangen om af te koelen. Toen het ’s avonds donker was, is mijn moeder er stilletjes naartoe gegaan en heeft dunne repen afgesneden, zodat het niet op zou vallen. Maar zonder dat iemand het wist, was ook die buurman aan het snijden gegaan en die had de halve kop eraf gesneden. De bewakingstroepen namen mijn moeder en de buurman mee toen ze dat ontdekten. Ze werden beiden in hechtenis genomen en naar Kamp Amersfoort gebracht. Mijn moeder werd snel weer naar huis gestuurd, want ze konden haar niets maken. De buurman is ontsnapt in een gat van een reservewiel in een vrachtwagen en het kamp uitgereden naar Hoogland en daar ondergedoken. Toen ze later probeerden het te reconstrueren, is het niet meer gelukt…

Pas geleden werd ik in de supermarkt aangesproken door een man. Hij kende mij nog van de lagere school. ‘Jij had in de oorlog altijd brood met reuzel mee, en die ruilde je dan voor een boterham met een heel dun laagje jam, weet je dat nog?’ De herinnering kwam weer boven. Wij slachtten clandestien en daarom kreeg ik reuzel op brood. ‘En jij hield er niet van,’ zei hij, ‘daarom ruilden we. Ik weet nu nog precies hoe dat smaakte.’Achter de grote gebeurtenissen liggen ontelbare kleinere, de verhalen van heel gewone mensen die in opstand kwamen tegen de bezetter, en die knokten met één gezamenlijk doel: een vrij, veilig en vreedzaam Nederland. Heel gewone mensen, die heldendaden verricht hebben. En mede dankzij hen leven wij in ons land al 73 jaar in vrijheid.

Ik vind dat we daar te weinig bij stilstaan. Vrijwel dagelijks zien we in het nieuws hoe mensen in landen om ons heen, soms zelfs dicht bij ons, nog steeds of weer gebukt gaan onder oorlog en geweld, en in verzet komen tegen een regime, in de hoop ooit, net als wij, in een vrij land te leven.

De actualiteit en de geschiedenis drukken ons zo met onze neus op de feiten. Wat toen gebeurd is, mag nooit meer gebeuren. We moeten ons blijven realiseren, dat vrijheid nooit vanzelfsprekend is. Het is onze verantwoordelijkheid, en die van de generaties na ons, om die vrijheid door te geven. 

Dank u wel voor uw aandacht.