Facebook
Comité 4 en 5 mei
035-602 10 08

Grand Cafe De LindenhofVan de GriftCatering Centraal

Toespraak Soesterberg pastor W. Sarot

Toespraak Soesterberg pastor W. Sarot

Stilte
Zeg niets. Doe niets. Ervaar en luister
De stilte, zo vol van geluid
Het geluid van jezelf
Het geluid waarvan je niet weet dat het bestaat
Omdat je het nog nooit hebt gehoord
De stilte kijkt je recht in de ogen
Loop niet weg, blijf staan
Het geeft niet als het je raakt
Er is stilte omdat jij geen geluid maakt
De stilte slaat een arm om je heen
Neem de tijd om stil te staan bij dit moment

Verleden. Herinneren. Herdenken

Goede mensen,

We hoorden zojuist het gedicht Stilte dat Amber Bontekoe in 2015, op achttienjarige leeftijd schreef en op 4 mei van dat jaar voordroeg bij het nationaal monument Kamp Vugt. Het is een prachtig gedicht dat ons dwingt om stil te staan bij de vraag wat we nu eigenlijk aan het doen zijn als we twee minuten stil zijn om te gedenken. Wat staan we in die twee minuten te doen? Nu is daar nogal wat politieke discussie over geweest. Ik wil u niet verleiden om daaraan terug te denken. Het is helemaal niet de bedoeling om ons vanavond samen met het comité 4 en 5 mei  te gaan bezig houden met de vraag voor wie en met wie we deze dagen vieren. Op de homepage van de website 4 en 5 mei staat het kort en krachtig geformuleerd.

Er staat:

In Nederland herdenken we op 4 mei de oorlogsslachtoffers en vieren we op 5 mei dat we in vrijheid leven. Zo beknopt vind ik het de mooiste verwoording en wat mij betreft is die meer dan voldoende. Nee, ik heb de afgelopen dagen veel meer bezig gehouden met de vraag: Wat doen wij, wijzelf nu in die stilte, waar gebruiken we die stilte voor? De oudsten onder ons hebben misschien nog concrete herinneringen, die ze op kunnen halen. Ze weten wellicht nog van angst en honger en mensen die plotseling verdwenen. Ze zijn niet meer met velen. Veertig-vijfenveertig is inmiddels een mensenleeftijd lang geleden.   Er zijn steeds minder mensen die de oorlog bewust hebben meegemaakt.   De meesten van ons moeten het doen met de getuigenissen van ouders, grootouders, buren, met verhalen uit boeken en films. Die laatsten komen allemaal langs deze dagen, in de krant, op de televisie, de radio. En flarden van die verhalen zullen ongetwijfeld terug komen in de twee minuten stilte. Dan denken we terug aan hoe vreselijk het was. En dat we het nooit meer willen. Dat is een uitstekend begin. Maar er is meer te winnen in die twee minuten. Wat doen we dus nog meer in die twee minuten?   Uiteraard is het daarnaast een teken van respect, van groot respect voor alle betrokkenen die hun leven opofferden voor anderen dat ik even mijn grote mond sluit, dat in Nederland het rumoer even in houdt. Even ophouden met onze eigen gedoetjes om te herdenken en te gedenken.

Gedenken met groot respect.     

Als gelovige, als pastor, en vertegenwoordiger van een kerk is het vervolgens voor de hand liggend, en ook wat beperkt, al was het maar dat dit slechts voor een deel van de hier aanwezigen geldt- om er op te wijzen dat deze stilte uitstekend geschikt is om te bidden. Er valt heel wat te bidden en te danken in die twee minuten. Je kan bijvoorbeeld bidden voor -alle slachtoffers van oorlog, voor verzetsmensen, Joden, Sinti en Roma, gehandicapten, homo’s en nog vele anderen, -je kan danken voor al diegenen die hun leven hebben gewaagd en of gegeven voor anderen, -je kan bidden voor alle nabestaanden voor alle tweede en inmiddels derde generatie slachtoffers, -je kan bidden voor alle mensen die honger hebben geleden, of nog lijden, voor kinderen die geen kind konden zijn voor mensen wiens bestaan geruïneerd werd enzovoort enzovoort enzovoort…

Ja, de stilte is zeker ook geschikt om te bidden als je gelovig bent.   We mogen onze zorgen en onze hoop bij God neerleggen. Maar dan zijn de mogelijkheden nog niet uitgeput. Er zit nog meer potentie en uitdaging in die twee minuten. Er is voor iedereen, gelovig of ongelovig meer werk aan de winkel.  Het gedicht van Amber helpt me om iets verder te komen met mijn gedachten hierover. Ze begint met beschrijven wat er met je gebeuren kan in de twee minuten stilte. Om te beginnen wordt het in de stilte helemaal niet stil.

De stilte is vol van geluid. Als het geraas van automotoren stil valt, als het gekwebbel van mensen stopt als machines worden uitgezetdan gaat het leven gewoon door. Je eigen hart bonkt ineens hoorbaar, je voelt het bloed door je aderen stromen, je hoort je eigen adem en die van anderen. Zij ademen dezelfde lucht in als jij! De zingende vogels worden niet meer overstemd, de wind laat de takken van bomen en struiken  ritselen en ruisen, dieren scharrelen tussen de bladeren op de grond en het weer is ineens nadrukkelijke aanwezig.

De zon, de regen, de wind raakt je huid, verwarmt je, of vanavond, koelt je af. Er blijkt nog zoveel meer leven op deze planeet te zijn, dan de drukte die wijzelf maken.  Het draait niet om ons mensen, het draait niet om mij, nietig schepseltje. Al het geluid dat klinkt in de stilte zegt ons: 'vergeet niet dat jij niet alleen op de wereld bent, Je bent onderdeel van een groter geheel.’ In die gezamenlijke stilte mag je dat horen, mag je dat voelen, mag je dat zien. En dat tot je laten doordringen, dat besef is een grote stap richting echte vrede.

Voor vrede is het nodig dat wijzelf niet meer in het middelpunt willen staan. Dat we ruimte maken voor anderen, andere mensen, andere dieren, andere schepselen. De wereld draait echt niet om ons, om mij. Dat betekent niet dat de stilte prettig is. In de stilte kan je je plotseling kwetsbaar voelen. Ineens kan je niet meer vluchten in de afleiding. Je mobieltje met al zijn verstrooiende mogelijkheden moet in je zak blijven, je kan niet over je ongemakkelijkheid heen babbelen, noch doen alsof het jou niet aangaat.

De stilte kijkt je recht in de ogen, loop niet weg, blijf staan, het geeft niet als het je raakt… zegt Amber in haar gedicht. Het geeft niet als het je raakt. Nee, dat is niet erg, dat is juist goed, Vergroot de kring van personen, van gebeurtenissen, van dingen die je kunnen raken, wees niet bang voor kwetsbaarheid, je bent mens om je leven te delen met anderen, je bent als mens afhankelijk van anderen, ook voor de vrede, ook voor de vrijheid. Je bent niet zo autonoom als je misschien zou willen zijn, je bent ook niet zo alleenals je misschien denkt te zijn. Gelukkig!

Nee, het geeft niet als het je raakt, want het gaat ook over jou, over wat je gekregen hebt van anderen, ontvangen hebt, zomaar voor niets… Wellicht  maakt dat in jou het verlangen wakker om het door te geven?  

Bij mij wel. Vanmiddag nog. Op de stoep van ons huis stond ik in mijn tas te zoeken naar mijn sleutels. Manuel, mijn kleinzoon van vijf bekeek de auto’s die langsreden en riep plotseling: ‘Hé oma, een soldaten auto.’ Ik keek om en ja hoor, daar reed een auto, geschilderd in camouflagekleuren.

We kwamen net terug van het bezoekerscentrum van de Grebbelinie dus zijn aandacht was bij militaire zaken, -al moet ik eerlijk bekennen dat hij er bij de Grebbelinie niet veel van begrepen had.- Min of meer gedachteloos antwoordde ik hem: “ja, soldatenauto’s heb je ook nodig.” Waarop hij me stomverbaasd vroeg: “Zijn er dan in onze tijd ook nog soldaten? Is dat niet van vroeger?” Is dat niet van vroeger? Nee, kind. Jij weet het alleen nog niet. Mijn dierbare kleinkind, is de zoon van een Angolese moeder die al vier van haar broers kwijt is aan het geweld in haar vaderland. Ik dacht: ‘Wat zou dat mooi zijn,als het iets van vroeger was. Maar de harde werkelijkheid is voor jou nog dichterbij dan voor mij…”

 Deze vijfjarige weet het nog niet, wat kan ik doen om zijn naïeve veronderstelling waarheid te laten worden? Me laten raken denk ik, niet weg lopen, blijven staan en ruimte geven aan die ervaring dat de wereld niet om mij draait, niet om ons draait, maar groter is, veel groter en veel royaler dan wij ons kunnen voorstellen.

Het jaarthema van dit jaar is: In vrijheid kiezen. Dat is gekozen in aansluiting bij de viering van 100 jaar algemeen kiesrecht. Wij leven in een vrije, democratische rechtsstaat. De oorlogsjaren 40-45 hebben ons geleerd dat dat niet vanzelfsprekend is. En als we rondkijken in deze wereld dan weten we dat het voor een meerderheid van de wereldbevolking nog niet vanzelfsprekend is. Wij echter, mogen dit voorjaar maar liefst twee maal onze stem uitbrengen, kiezen wie er voor ons in de provincie, in de eerste kamer, in Europa aan het werk gaat.

Het maakt niet alleen voor onszelf, maar ook voor anderen uit dat we kiezen, en wat we kiezen, op wie we stemmen. Misschien zouden we ook in het stemhokje en op andere momenten dat we grote keuzes maken twee minuten stil moeten zijn, om telkens opnieuw te ervaren dat de wereld niet om ons draait, dat we verbonden zijn met duizenden draadjes met anderen, met hen die ons voorgingen, en ons als erfenis een vrije rechtsstaat meegaven, met hen die met ons leven, hier in Nederland en met hen die voor ons werken verspreid over de hele wereld om ons voedsel te bereiden en onze kleding te naaien.

Neem de tijd om stil te staan bij hoe de wereld echt in elkaar steekt, wees wat vaker stil.