Facebook
Comité 4 en 5 mei
035-602 10 08

Jan van Dijk ToursWebdesign SoestCatering Centraal

Toespraak loco burgemeester mevr. A. Treep- van Hoeckel

Toespraak loco burgemeester mevr. A. Treep- van Hoeckel

Speech locoburgemeester A. Treep  bij de herdenking van de Japanse capitulatie,

15 augustus 2021

Hartelijk welkom allemaal, fijn om u weer persoonlijk te kunnen ontmoeten. Samen herdenken en bij dit prachtige monument samen bloemen leggen, benadrukt voor mij het gevoel dat we voorzichtig weer op weg zijn naar een normale samenleving.

Vandaag vieren we dat er 76 jaar geleden officieel in ons hele koninkrijk een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Vandaag herdenken we ook de slachtoffers van deze oorlog in Nederlands-Indië, en van de gevolgen daarvan.

Nederland, Nederlands-Indië, Indonesië: we zijn met elkaar verbonden, hoe dan ook. We delen een verleden, een oorlog, en een pijnlijke en heftige dekolonisatie. We hebben elkaar in de decennia daarna omarmd en zijn met elkaar verweven geraakt. Indië is nog altijd heel zichtbaar, voelbaar in Nederland.

Het is dan ook verbazingwekkend maar vooral schrijnend, dat de herdenking van het einde van de oorlog in Zuidoost-Azië een ondergeschoven kindje lijkt te zijn. Waar Nederlanders – nog steeds – uitbundig vlaggen en vieren op 4 en 5 mei – verglijdt de 15e augustus met aanzienlijk minder aandacht. De oorlog in Zuidoost-Azië was – en is soms nog - voor veel Nederlanders een ver-van-mijn-bed-show waar maar weinig aandacht voor was. Dat is onterecht en het doet de overlevenden en nabestaanden veel verdriet.

Want 15 augustus 1945 was voor heel veel mensen minstens zo’n historisch moment als 5 mei 1945. Even leek een mooie toekomst zich als een rode loper uit te rollen toen de Japanse keizer capituleerde. Maar zo rooskleurig was die toekomst helaas niet. In Nederland was na 5 mei weer perspectief. Er was ruimte voor rouw, voor verdriet, maar er kon tenminste worden gewerkt aan gerechtigheid, herstel, en wederopbouw.

Hoe anders was de situatie in de Nederlandse kolonie. De Japanners lieten het land in complete chaos achter. Mensen waren totaal ontredderd, families waren elkaar kwijt. Twee dagen na het einde van de Tweede Wereldoorlog riep Soekarno vervolgens de onafhankelijkheid van Indonesië uit. De dekolonisatie was een heftig proces. Onveilig en vijandig. Opnieuw een periode die alleen maar slachtoffers kent. En opnieuw eentje waarvoor weinig aandacht en begrip was in thuisland Nederland.

Vandaag staan we stil bij het verschrikkelijke leed dat honderdduizenden mensen in het verre Nederlands-Indië hebben doorgemaakt. Bij de nachtmerrie waar zij in belandden vanaf het moment dat de Japanners op 8 maart 1942 de toenmalige Nederlandse kolonie bezetten. Het veranderde hun levens dramatisch, voorgoed, met veelal onherstelbare gevolgen.

Meer dan honderdduizend burgers werden gevangengezet in de Jappenkampen en zo’n veertigduizend militairen van het Koninklijk Nederlands-Indië Leger, het KNIL, werden krijgsgevangen genomen. Van leven was in de kampen nauwelijks sprake. Het was overleven. Er was een tekort aan alles: water, voedsel, medicijnen, en het regime van de bezetter was buitengewoon wreed en onmenselijk.

Bij de voorbereiding voor deze herdenking vertelde onze burgemeester mij een verhaal uit zijn jeugd, dat ik graag met u wil delen. Zijn vroegere buurman heeft in een van de beruchte jongenskampen gezeten. Veel liet hij niet los over die tijd. Zoals velen die de oorlog hebben overleefd, kon hij zijn herinneringen maar moeilijk delen. Maar op enig moment vertelde hij aan Rob Metz hoe de latrines van de verblijven werden geleegd in grote tonnen. Hoe die overvolle, klotsende gevaartes dan tussen twee stokken door vier jongens de berg op moesten worden gesjouwd om daar te worden geleegd. Hij maakte er een beetje een grapje van: je was flink de klos als het je beurt was om achteraan te lopen, je kreeg dan nog wel eens wat viezigheid over je heen! Maar er was natuurlijk helemaal niets grappigs aan. Het was vooral een voorbeeld van hoe smerig het er was, hoe wreed het regime, en hoe mensonterend de omstandigheden. De hygiëne was ver te zoeken en besmettelijke ziektes hadden vrij spel.

Veel kampbewoners stierven van de honger, aan ziektes, aan de vreselijke martelingen en lijfstraffen. Degenen die het wrede en sadistische regime van de Japanners wel hebben overleefd, dragen de traumatische herinneringen hun hele verdere leven met zich mee.

De groep Nederlanders die de oorlog heeft meegemaakt wordt ieder jaar kleiner. Wij, de naoorlogse generaties, kunnen ons niet of nauwelijks voorstellen hoe verschrikkelijk de oorlog in Nederlands-Indië is geweest. De verhalen, soms opgetekend in dagboeken, soms mondjesmaat persoonlijk gedeeld binnen de familie, maken ons sprakeloos. Ze drukken ons met onze neus op het feit dat vrijheid en vrede de absolute prioriteit in onze samenleving moeten hebben.

Wij hebben de opdracht om vrijheid door te geven. Door het gegeven dat de oorlog inmiddels 76 jaar achter ons ligt, en wij dus al 76 jaar in vrijheid en vrede leven, dreigt de urgentie daarvan soms op de achtergrond te raken. Intolerantie en onverdraagzaamheid nemen weer toe in onze samenleving. Daar maak ik me zorgen over. Onze vrijheid is niet vanzelfsprekend. Wanneer we niet in staat zijn om begrip te hebben voor de situatie van een ander, wanneer we niet openstaan voor andersdenkenden of andere meningen, dan kunnen onverdraagzaamheid en intolerantie leiden tot polarisatie en geweld. En zie daar de basisingrediënten voor oorlog.

Het is wat er gebeurd is in de jaren dertig van de vorige eeuw, in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Wie in vijandbeelden denkt, verliest de menselijke kant uit het oog. Een vijand moet je verslaan. Met een mens ga je in gesprek. Ik zie om mij heen nu weer verwijdering en onbegrip, in plaats van toenadering en acceptatie. Het is toch eigenlijk wel cynisch, dat wij met al onze huidige communicatiemiddelen, met al onze taligheid, niet in staat zijn om bruggen te slaan? We moeten koste wat kost voorkomen dat onverdraagzaamheid het nieuwe normaal wordt.

Met herdenken erkennen we het enorme leed dat de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië is overkomen, en we geven ruimte aan het verdriet van hun nabestaanden. Maar herdenken is meer dan terugkijken. Het besef dat wat toen gebeurd is, nooit meer mag gebeuren, moet de leidraad voor ons toekomstig handelen en denken zijn. Wij leven sinds 15 augustus 1945 in Nederland in vrijheid en vrede. Dat is de nalatenschap van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. We zijn het aan hen verplicht deze nalatenschap te koesteren en in stand te houden.

Dank u wel voor uw aandacht.

Gedicht voorgedragen door loco burgemeester mevr. A. Treep- van Hoekcel op 15 augustus 2021 tijdens de herdenking. 

 

 

 

 

 

 

Vrijheid – Marion Bloem gedicht bij de herdenking van 15/08/2021

 Als vrij zijn is: hou jij je mond

want ik heb iets te zeggen

 Als vrij zijn is: jij achter tralies, want

dan hoeven wij niet bang te zijn

voor al jouw anders zijn en doen en anders laten

Als vrij zijn is: de dag van morgen

strak bepalen door de dag vandaag

iets minder dag te laten zijn

Als vrij zijn is: de deuren sluiten

en op het beeldscherm vrij bekijken

wat veilig uit de buurt moet zijn

Als vrij zijn is: steeds rustig slapen

omdat anderen hun tong moedwillig is ontnomen

 Als vrij zijn is: eten wat en wanneer je wilt

maar de schillen laten vallen in de kranten

waar de honger wordt verzwegen

 Als vrij zijn is: niet hoeven weten wat mij

heeft vrijgemaakt, mij vrij houdt, mij

in vrijheid elke dag gevangen neemt

 Als vrijheid is: wachten tot de ander

mij bevrijdt van angsten waar ik heilig op vertrouw

 Als vrijheid mijn gedachten pleistert

 Als vrijheid om mij heen overal rondom en in mij waait

maar voor jou niet is te vangen

 Als vrijheid mij beschermt

Tegen jouw ideeën die voor mij te anders zijn

 Als vrijheid voor mij vandaag zo

vanzelfsprekend lijkt, en jij niet weet wat dat betekent

Dan is vrijheid munt voor mij en kop eraf voor jou

 Dan is vrijheid lucht en willekeurig

 Maar staat het mij misschien wel vrij

om iets van mijn riante vrijheid – met wederzijds goedvinden natuurlijk –

 Tijdelijk of voor langere duur

af te staan om jou

van mijn verstikkende vrijheid te bevrijden.