Facebook
Comité 4 en 5 mei
035-602 10 08

Van de GriftWebdesign SoestDrukkerij ESED

Toespraak loco burgemeester dhr H. Dijkhuizen 2019

Toespraak loco burgemeester dhr H. Dijkhuizen 2019

Goedemorgen allemaal, ik heet u van harte welkom op deze herdenkingsbijeenkomst. Midden in het jaar dat overal in Europa, en binnenkort ook hier bij ons, grootse festiviteiten voor de viering van 75 jaar bevrijding van start gaan, staan wij hier met elkaar in deze intieme setting stil bij een moment in de wereldgeschiedenis dat voor een groot aantal Nederlanders misschien wel meer impact had dan D-Day. Vandaag memoreren wij dat er 74 jaar geleden een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog in Zuidoost-Azië, en herdenken we de slachtoffers die in Nederlands-Indië zijn gevallen tijdens de Tweede Wereldoorlog, en bij de gevolgen daarvan.

Deze samenkomst start traditiegetrouw bij Insulinde, de woongemeenschap voor Soesters met een Indische achtergrond. Voor u, en voor andere Indische Soesters of plaatsgenoten met banden met Nederlands-Indië en Indonesië, is vandaag een dag van vreugde, maar ook van verdriet. Vreugde om de herwonnen vrijheid, om de aftocht van de zo gehate bezetter. Verdriet om het verlies van een geliefde, van een familielid, van een goede vriend of bekende. En verdriet om het meteen weer verliezen van die zo gewenste vrijheid en vrede. Deze datum markeert immers weliswaar het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar zou direct een nieuwe reeks van conflicten en geweld, van verlies, angst en verdriet inluiden.

Nederlands-Indië kwam op 8 maart 1942 in handen van Japan, dat er in de jaren daarna een ongekend schrikbewind zou voeren om alle westerse invloed uit te roeien. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden veertigduizend militairen van het KNIL, het Koninklijk Nederlands-Indië Leger, krijgsgevangen genomen. Zo’n honderdduizend burgers kwamen terecht in een van de honderden Japanse burgerinterneringskampen, de jappenkampen, of tewerkstellingen, waar zij onder onmenselijke omstandigheden moesten zien te overleven.

Aan de inhumane wreedheden kwam pas een einde toen twee geallieerde bommen op Hiroshima en Nagasaki de bezetter begin augustus 1945 op de knieën dwongen. Op 15 augustus 1945 capituleerde de Japanse keizer Hirohito en kwam er een einde aan de bezetting in Zuidoost-Azië. Ruim vierduizend Nederlandse militairen en zestienduizend burgers overleefden de oorlog niet. En zij die het wel overleefden, moeten tot op de dag van vandaag verder met de herinneringen aan die gruwelijke oorlog.

Maar waar wij in Nederland weer langzaam konden herstellen van de diepe wonden die de oorlog had geslagen, was daar in Nederlands-Indië helemaal geen sprake van. Het einde van de oorlog luidde een nieuwe periode van geweld in.

De Japanners hadden het gebied in totale ontreddering en chaos achtergelaten. Tegen deze achtergrond ontstond in de Nederlandse kolonie een heftige onafhankelijkheidsstrijd. Soekarno riep al op 17 augustus 1945 de Republik Indonesia uit. Maar Nederland wilde de kolonie, die sinds het begin van de negentiende eeuw al deel uitmaakte van het Koninkrijk der Nederlanden, niet zomaar loslaten en stuurde militairen ‘om de rust en de orde te herstellen’.

Voor de bevolking betekende dat niets meer of minder dan dat het ene gewelddadige conflict plaatsmaakte voor het volgende. Het was een verschrikkelijke tijd, die jaren zou voortduren, en die, net als de Tweede Wereldoorlog, uiteindelijk alleen maar slachtoffers kent.

Ik heb zelf in mijn familie de keerzijde van de medaille van dichtbij gezien. Een gevoelig onderwerp, daar ben ik me van bewust, maar het is een verhaal dat ik toch met u wil delen. Twee broers van mijn moeder werden direct na de Tweede Wereldoorlog naar Nederlands-Indië gestuurd om te helpen de Nederlandse kolonie te behouden.

Mijn ooms waren destijds negentien en twintig jaar oud. Ik denk met pijn in mijn hart aan al deze jonge jongens zoals mijn ooms, die totaal onvoorbereid  werden neergezet in een ontredderd gebied, zogenaamd om orde te scheppen in de chaos. Ze hadden geen idee wat ze aan zouden treffen. Mijn ooms wisten niet eens waar Nederlands-Indië làg!

Als politieman was ik me iedere dag weer bewust van het feit dat ik een wapen droeg, van de verantwoordelijkheid die dat met zich meebracht, en van de gevolgen wanneer ik het zou moeten gebruiken. Maar mijn ooms? Die hadden daarvan geen flauw benul. Ze kregen een wapen in hun handen gedrukt met de opdracht: ga de orde maar herstellen. Ga er maar aanstaan! Wij kunnen ons daar geen voorstelling maken, maar we oordelen er wel over.

We weten nu welke verschrikkingen zich in die periode na de Tweede Wereldoorlog hebben afgespeeld. Nederland heeft lang in ontkenning geleefd, maar inmiddels krijgt het volledige verhaal ruim aandacht. In de geschiedenisboeken, maar ook met de opening van het museum Sophiahof in Den Haag, in juni van dit jaar, dat uitvoerig de geschiedenis en de cultuur van Indië en Indonesië in beeld brengt.

Ik weet waar mijn moeders broers aan hebben meegewerkt. Ik kan raden naar wat ze daar hebben meegemaakt. Maar niemand in mijn familie heeft het ooit van henzelf gehoord. We hebben zo vaak geprobeerd om ze hun verhaal te laten vertellen. Maar steeds wanneer het onderwerp ter tafel kwam, veranderde er iets in hen en begonnen ze te huilen. Ze konden er gewoon niet over praten.

Ik vind dat om twee redenen heel erg. Mijn ooms zijn inmiddels overleden, en ik denk dat zij hun hele leven iets verschrikkelijks met zich mee hebben gedragen. Een trauma, dat ze heeft gevormd. Praten had ze kunnen helpen bij de verwerking.

Maar bovendien vind ik het erg, omdat het alleen degenen zijn die het hebben meegemaakt, die het hadden kùnnen vertellen. Iedere kant van dat verhaal is belangrijk om het plaatje compleet te krijgen en ons diep vanbinnen te laten voelen, te laten begrijpen wat er daar is gebeurd, zodat wij nooit de fouten zullen maken die in het verleden gemaakt zijn.

Alle persoonlijke verhalen en herinneringen van degenen die de oorlog en de periode daarna hebben meegemaakt drukken ons met de neus op de feiten dat wat toen gebeurd is, nooit meer mag gebeuren. Vandaag de dag leven wij in een vrij land. Wij leven in een land zonder concentratiekampen. Wij gaan niet gebukt onder honger en ontberingen. Wij worden niet gemarteld. Wij kennen niet de doodsangst die oorlog met zich meebrengt. Onze vrijheid hebben we te danken aan diegenen die daarvoor hebben gestreden, en die daarvoor hun leven hebben verloren.

Vrijheid is nooit vanzelfsprekend. Het is een zwaarbevochten privilege, waar we verschrikkelijk zuinig mee om moeten gaan. Het gevaar voor een nieuw conflict, een nieuwe oorlog, ligt altijd op de loer. Daarom is het zo belangrijk dat we blijven herdenken. Dat we de pijn erkennen. Dat we ook bij deze belangrijke datum van vandaag stil blijven staan, hoelang het ook geleden is.

‘Opdat wij niet vergeten’ luidt de tekst hier op het Indië-monument. Degenen die oorlog hebben meegemaakt, verdienen ons respect, onze aandacht, en zij verdienen inderdaad vooral het dat wij nooit vergeten wat zij voor ons en voor Nederland betekend hebben en tot op de dag van vandaag betekenen.

Dank u wel voor uw aandacht.