Facebook
Comité 4 en 5 mei
035-602 10 08

Soester CourantVan de GriftJan van Dijk Tours

Stolperstein plaatsing Abraham Mossel

Terug naar overzicht

Publicatiedatum: 04-05-2016Stolperstein plaatsing Abraham Mossel

Plaatsen ‘Stolperstein’ (struikelsteen).

Hedenochtend (4 mei 2016) vond er voor huisnummer 23 op de Prins Bernhardlaan een bijzondere plechtigheid plaats. Ter nagedachtenis aan Abraham Mossel  werd er in het trottoir voor genoemd perceel, de "Stolperstein (struikelsteen) Abraham Mossel" door loco burgemeester M. Adriani samen met wethouder van Berkel geplaatst.

Als voorzitter van de stichting comité 4 en 5 mei Soest-Soesterberg werd ik in 2015 benaderd door de heer Rolandt Zonneveldt uit Noorwegen. De broer van zijn grootmoeder, Abraham Mossel, woonde met zijn gezin in Soest op de Prins Bernhardlaan 23. Dit huis is niet meer aanwezig. Op de grond van dit perceel zijn later meerdere woningen gebouwd. Abraham Mossel had met zijn vouw drie zoons die alle drie nog in leven zijn en woonachtig zijn in Australië. Gezien de leeftijden van de drie zoons konden zij niet meer in Soest bij het plaatsen van de Stolperstein aanwezig zijn.  Wel was o.a. de familie Zonneveldt uit Noorwegen aanwezig. Het verzoek van de familie Zonneveldt en de zoons van Abraham Mossel was of er voor perceel 23 aan de Prins Bernardlaan een ‘Stolperstein’ ter nagedachtenis aan Abraham Mossel geplaatst kon worden. Onze stichting heeft dit verzoek opgepakt en in overleg met de gemeente Soest en de bewoners, mevrouw M. Weidema en de heer R. Le Nobel,  van perceel nr 23 aan de Prins Bernhardlaan kon de steen hedenochtend geplaatst worden.

Voor Soest is dit de 2e ‘Stolperstein’ die geplaatst werd. Immers voor het huis waar meester Blankenstein heeft gewoond is in het verleden ook een ‘Stolperstein’ geplaatst. Deze stenen worden vervaardigd de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Als er binnen een gemeente een 1e steen wordt geplaatst dan is de regel dat de kunstenaar zelf uit Duitsland overkomt en deze dan ook zelf plaatst.

In Duitsland zijn sinds 2003 al vele van deze stenen door de kunstenaar gelegd ter nagedachtenis aan individuele slachtoffers van het nazi-regime. Over de achtergrond van dit kunstproject kunt u meer lezen op de website www.stolpersteine.com.

In Memoriam  Abraham Mossel 1891-1944 door Winnifred Perfors.

Abraham Mossel: Een bijzonder interessante en veelzijdige man. Wereldwandelaar, schrijver, tekenaar, fotograaf.

Abraham Mossel werd geboren op 11 oktober 1891 in Amsterdam als tiende kind van Simon Mossel, uit diens tweede huwelijk met Mirjam Martha van der Wijk. Simon was voorzanger in de synagoge en gaf zijn kinderen een (liberaal) joodse opvoeding. Abraham, roepnaam Bram, leerde Hebreeuws en deed op 13-jarige leeftijd Bar-Mitswa, maar is daarna van zijn geloof gevallen.

Bram volgde een tekenopleiding aan de architectenschool in Amsterdam. In de Socialistische Jongelieden Vereniging  leerde hij Gerard Perfors kennen en samen maakten ze het plan om een wereldreis te maken. Beiden waren vegetariër, pacifist, geheelonthouder en atheïst. Om zich in het buitenland beter verstaanbaar te kunnen maken namen Bram en Gerard les in de internationale taal Esperanto bij Frans van der Hoorn. Hun plan om een wereldeis te maken sprak Frans zo aan, dat hij zich aansloot bij het tweetal. De planning was een voettocht van 10 jaar.

De wereldreis begon op 16 juli 1911 in Amsterdam. Halverwege de reis voegde Gerards verloofde  Marie zich bij het drietal. Hun gezamelijke zwerftocht door Europa en het Midden Oosten eindigde in 1914 in Palestina door het uitbreken van de eerste wereldoorlog.

 Bram wilde na het verblijf in Palestina de wereldreis voorzetten. Via Egypte en Soedan reisde hij naar Eritrea. Vandaar zou hij per schip richting India vertrekken. Ten gevolge van de oorlog werd hij aan Eritrese grens tegengehouden en onverbiddelijk teruggestuurd, de Engelsen verdachten Bram van spionage activiteiten. Zo keerde hij  via Port Said in Egypte naar Nederland terug.

Bram heeft twee boeken over deze reis geschreven: “ De wereldwandelaars - Een zwerftocht door Europa“ en “Als Daglooner in het Heilige land“. Beide boeken zijn geïllustreerd met tekeningen van Bram zelf. Het boek “Als Daglooner in het Heilige land” is in 2003 vertaald in het Hebreeuws. In Israël wordt zijn boek gelezen als een geschiedenisboek. Zijn beschrijving van Palestina onder het Turkse bewind en de periode van opbouw van de Joden overal in de diaspora zijn heel herkenbaar. Ook de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen en de  conflicten die toen en nu nog spelen. Werkelijk een voorspellende geest!

Gelukkig is door dagboeken, stempelboeken, brieven, foto’s, krantenartikelen en wandelroutes  de reis uitvoerig gedocumenteerd. Door  schenking van de gehele nalatenschap van het viertal  aan het Joods Historisch Museum (JHM) in Amsterdam kon door het museum in samenwerking met studenten uit Utrecht een vaste virtuele tentoonstelling gemaakt worden. Te zien op www.JHM.nl  - doorklikken naar Abraham Travels. Er is een nederlandse en een engelse versie. Een blijvende herinnering aan de vier bijzondere wereldwandelaars.                                                                                                                                     

In 1925 heeft de zeer reislustige Bram nog een grote tocht gemaakt door Spanje en Spaans Marokko met zijn vriendin Hendrien Schweiger, op de fiets! In die tijd een wereldwonder: een vrouw op de fiets. Bram is niet getrouwd geweest met Hendrien, maar heeft vele jaren met haar samengeleefd. Ook deze reis heeft hij beschreven, maar het manuscript “Wat wij in Spanje beleefden”  is nooit gepubliceerd.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          Op 20 september 1929 trouwde Bram met Toos Hopper en met haar kreeg hij drie zonen. Frans, Bob en Wim. Hij verdiende de kost als fotograaf en had eerst in Loenen aan de Vecht en later in Soest in de van Weedestraat 49 een fotozaak.

In de Tweede Wereldoorlog liet Bram zich op 2 januari 1942 van zijn niet-joodse vrouw scheiden om daarmee de overlevingskansen van zijn drie zoons te vergroten, waarin hij inderdaad is geslaagd. Hij weigerde de verplichte Jodenster te dragen. In de zomer van 1942 werd hij door een buurman verraden en in zijn volkstuin opgepakt.  Via Westerbork is Bram met de beruchte dinsdagtrein op 4 september 1942 naar Auschwitz gedeporteerd. In Kosel, 80 km ten westen van Auschwitz, werden alle mannelijke gedeporteerden van dit transport uit te trein gehaald om als dwangarbeider te werk gesteld te worden. Helaas heeft Bram nog 18 maanden moeten zwoegen en lijden  voordat hij op 31 maart 1944 op 52_jarige leeftijd door ontberingen is omgekomen in Opper Silezië, Polen .

Wat er na de arrestatie van Abraham Mossel verder met hem en zijn gezin gebeurde.

De deportatie van Bram Mossel

De ontreddering was groot voor Brams vrouw Toos , de elfjarige Frans, zesjarige Bob en de vierjarige Wim. Voor de ongeveer achttien maanden oude Rosette,  het kleine nichtje van Bram (dochtertje van zijn broer Simon) moest een ander onderduikadres worden gezocht en dat werd gelukkig ook  gevonden.

Na zijn arrestatie werd Bram over gebracht naar hoofdkwartier van de SS in Amsterdam. Toos heeft de arrestatie van haar man aangevochten.  Zij trok direct naar Amsterdam om haar man vrij te krijgen. Ze heeft gepleit en vrijlating gevraagd op grond van de geldende regels van de nazis, te weten het zogeheten gemengde huwelijk van een joodse en niet-joodse partner, die bescherming boden voor de joodse partner. Helaas zonder resultaat. Abraham Mossel werd zoals bekend weggevoerd naar Nazi Duitsland en is nooit meer teruggekomen.

Zijn gezin: een loodzware tijd in de oorlog

Toos was duidelijk niet bang en heeft eind 1942-begin 1943 nog enkele maanden aan drie onderduikers, de heer Andriesen en het echtpaar Peerenboom onderdak geboden. Alle drie hebben zij de oorlog overleefd.  Abrahams oudste zoon Frans heeft in de tijd van de voedselschaarste verschillende voedseltochten ondernomen als 14 jarige jongen. Op de fiets, klein karretje daar achter  ging hij de boeren af, vooral in Overijssel. Deze tochten duurden vaak 1 a 2 weken. Er zijn verhalen  van slapen in een hooiberg, maar ook  dat Duitsers en ook NSB ’s echte ellendelingen waren die regelmatig wat bij elkaar was gesprokkeld of duur gekocht was, weer afpakten. Frans heeft op jacht naar eten zo goed mogelijk geprobeerd voor zijn moeder en broers te zorgen. Toch is er behoorlijk honger  geleden. 

Bijkomen in Zweden

Het Rode Kruis regelde dat Bob en Wim na de oorlog met een transport mee konden naar Zweden om aan te sterken. Frans kon helaas niet mee, de leeftijdgrens om mee te kunnen was 11 jaar.  Het dorp waar de twee jongste jongens van september 1945 tot mei 1946 hebben gelogeerd heet Bodarna. (Zij arriveerden met de trein bij de dichtstbijzijnde stad  Gustafs) . Zij zaten ieder apart in een pleeggezin, gelukkig maar een paar honderd meter van elkaar. Spraken in het begin geen woord Zweeds maar hebben de acht maanden als enorm prettig ervaren, kunnen spelen, in vrijheid, eten volop en, zo herinnert Bob zich….. “we hoefden lekker niet naar school”! 

Verhuizingen, emigratie en een nieuw thuis

Het gezin is verschillende keren verhuisd, in Soest maar ook naar Nijkerkerveen, Diemerbrug en  in een woonboot op verschillende plekken in Amsterdam. De zonen gingen naar de Ambachtsschool voor een opleiding als elektricien. Zij waren alle drie duidelijk erfelijk belast o.a. met een enorme reislust. In 1952 ging Frans als eerste naar Australië, er waren al wat contacten met Nederlanders in Perth. Op 1 april 1954 vertrok Bob als tweede, Frans haalde hem met de motor op van de boot. De eerste jaren waren erg moeilijk, men moest Engels leren, een onderdak (vaak een kosthuis) zoeken. Een inkomen was zeer belangrijk dus in het begin betekende dat alles aanpakken. Bij een baan hoort nu eenmaal vaak een baas. Dat was erg moeilijk voor ze  en binnen enkele jaren waren de zonen “eigen baas” . Hun erfelijke bagage kwam ze hierbij uitstekend van pas.  In 1959 volgde als laatsten de weduwe van Abraham, Toos met jongste zoon Wim. Vanaf die tijd woonde het hele gezin van Bram dus na vele omzwervingen allemaal in Adelaide, Australie.

Veel talent, ondernemingslust en avonturen

De broers hadden alle drie hun eigen business. Frans werd ondernemer. Bob leerde o.a. vliegen en vloog later toeristen rond, terwijl hij foto’s maakte tijdens het vliegen waar hij ansichtkaarten van maakte en fotoboeken. Wim werd filmer en vaak  combineerden zij hun hobby’s met “ brood op de plank”. Als voorbeeld, over hun reis naar de binnenlanden van Papua New Guinea werd een boek met foto’s uitgegeven en ook een film. Ook  een  voettocht van ruim 3000 km dwars door Australië heen, leverde een film, boek en een enorm plezier om te reizen op. Die film is in de jaren zeventig jaren ook uitgezonden op de Nederlandse t.v.! Bob heeft verschillende boeken geschreven, later ook samen met zijn vrouw Denise. Er zijn ook vele films van de hand van Wim. Frans heeft meer dan 100 landen bezocht voordat hij besloot dat het nu wel welletjes was. De zonen zijn, onafhankelijk van elkaar en ook samen , regelmatig terug gekomen naar Europa, waarbij ook Nederland en uiteraard Soest werden aangedaan. De laatste keer was Bob  in Soest in april 2013.

De reislust, het ondernemende, de creativiteit, het boekenschrijven, fotograferen- filmen, een wandeltocht van meer dat 3000 km dat alles laat zien dat de appel niet ver van Abrahams boom valt. Bram heeft helaas nooit geweten dat zijn zoons hebben gezorgd voor vier kleinkinderen en vier achterkleinkinderen voor hem. Die allen in Adelaide, Zuid Australië wonen. 

Na de oorlog bleek hoe de naaste familie van Bram enorm door de Jodenvervolging in de tweede wereldoorlog was getroffen. Veel van zijn broers, zusters, zwagers, schoonzusters, neefjes en nichtjes zijn vermoord in Sobibor en Auschwitz. Gelukkig waren er ook enkele overlevenden, o.a. Abrahams oudere zus Betje. Enkele van haar kleinkinderen waren  hedenochtend aanwezig  bij de steenlegging ter nagedachtenis van hun oudoom Bram.

Winnifred Perfors.

winnifredperfors@planet.nl

Klik hier voor de foto's