Luchtvaart museum

De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog wordt in ons land op tal van manieren levend gehouden. De gebeurtenissen tijdens de oorlogsjaren hebben de afgelopen decennia onder meer geïnspireerd tot de oprichting van vele monumenten.

Ook in tal van musea wordt uitgebreid aandacht besteed aan de Tweede Wereldoorlog. De periode 1940-1945 komt ook in het Militaire Luchtvaart Museum (MLM) uitgebreid aan bod. In het bijzonder in de Snijdershal herinnert een belangrijk deel van de collectie aan de oorlogshandelingen waarmee ons land sinds mei 1940 werd geconfronteerd.

Tot halverwege de jaren '30 was op het vliegveld Soesterberg een groot deel van de vliegtuigen van de Luchtvaartafdeling gestationeerd. Maar in verband met de toegenomen internationale spanning werd een verspreiding van de vliegtuigen over vliegvelden in het westen van het land wenselijk geacht en uitgevoerd. Op 7 en 8 mei 1940 werden manschappen, materieel en vliegtuigen van vliegveld Soesterberg geëvacueerd naar Ypenburg. Historisch fotomateriaal in het MLM vertelt het verhaal van de Duitse inval op 10 mei 1940 en de ongelijke strijd van het de Nederlandse Militaire Luchtvaart tot het moment van capitulatie, vier dagen later. Vliegers en bemanningsleden van verkenningstoestellen, jagers en bommenwerpers leverden een belangrijk aandeel in die strijd, maar ook de monteurs op de grond die beschadigde toestellen weer vlieggereed maakten.

De meeste vliegtuigen van de Nederlandse luchtmacht zijn al in de meidagen van 1940 door oorlogsgeweld verloren gegaan, maar anno 2005 maken een model van de Fokker G-1 en een replica Fokker D-XXI deel uit van de collectie. Vooral de Fokker D-XXI heeft in de luchtoorlog een rol van betekenis gespeeld. Met dit toestel kwam een einde aan het tweedekker tijdperk van Fokker, want de D-XXI was een laagdekker. Op 3 september 1938 vestigde testvlieger H. Leegstra met dit type een Nederlands hoogterecord. Hij wist op die dag een hoogte te bereiken van 11.353 meter, een record dat nadien slechts één keer officieel werd gebroken.

Tal van landgenoten waren in mei 1940, in groepen of alleen, uitgeweken naar Engeland om van daaruit de strijd tegen de Duitsers voort te zetten. Deze Engelandvaarders, aangevuld met Nederlanders uit vrijwel alle hoeken van de wereld, vormden de ruggengraat van de nieuw op te bouwen Nederlandse strijdkrachten in Engeland. In datzelfde jaar kreeg Z.K.H. Prins Bernhard van de Engelsen gedaan dat Nederlands militair personeel werd toegelaten tot de vliegopleiding. Honderden Nederlanders konden zo tijdens de oorlog in Engeland, Amerika, Canada of elders, worden opgeleid tot vlieger, bommenrichter, navigator of boordschutter.

In de loop van de Tweede Wereldoorlog zou het aantal squadrons van de Royal Air Force (RAF) uitgroeien tot bijna vijfhonderd. De Nederlanders vormden uiteindelijk drie eenheden in RAF-verband, het 320, 321 en het 322 Squadron. Het No. 322 (Dutch) Squadron Royal Air Force werd op 12 juni 1943 opgericht op het vliegveld Woodvale, ten noorden van Liverpool. Het Squadron werd uitgerust met jachtvliegtuigen van het type Spitfire, waarvan in de Snijdershal een mooi exemplaar staat opgesteld. Van juni tot midden augustus 1944 werd het 322 Squadron met succes ingezet tegen de Duitse vliegende bom V-1. Pal naast de Spitfire is een dergelijke V-1 te zien. Het op 2 augustus 1940 opgerichte 320 (Dutch) Squadron Royal Air Force dat aanvankelijk onder meer was uitgerust met Hudsons, kreeg in 1943 de beschikking over de bekende B-25 'Mitchell' bommenwerper waarmee het jarenlang operationeel zou vliegen.

Ook in de Oost werd onder Nederlandse vlag met B-25´s geopereerd. In het kader van de herbewapening van Nederlands-Indië was al voor de Japanse aanval op Pearl Harbour (7 december 1941) een aantal B-25 bommenwerpers besteld. Deze kwamen pas na de capitulatie op 8 maart 1942 in dienst en werden vervolgens ingedeeld bij het No. 18 Netherlands East Indies Squadron in Australië, waarheen de restanten van de Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (ML-KNIL) hun toevlucht hadden gezocht. Intussen was in Jackson (Mississippi) in de Verenigde Staten de Royal Netherlands Military Flying School opgericht om Nederlandse vliegers en leerlingvliegers op te leiden. Het is ook op dat vliegveld waar Koningin Wilhelmina in de zomer van 1942 de Militaire Willemsorde 4de klasse hechtte aan het vaandel van de Militaire Luchtvaart van het.KNIL. Dit vaandel met de MWO is te zien in de Snijdershal, evenals een B-25 'Mitchell' bommenwerper, die bij het No. 18 NEI Squadron in gebruik is geweest. Een zendinstallatie, zoals tijdens de oorlog in deze B-25´s werd gebruikt, is opgesteld in het Flying Center van het MLM. Vrijwillgers van het museum hebben deze gerestaureerd en in werkzame staat teruggebracht. Een toestel dat bij de vliegschool in Jackson in gebruik is geweest, de Lockheed L-12A, staat momenteel in het Werkcentrum Metaal van het MLM om te worden gerestaureerd.

De mooiste en snelste propellerjager die ooit in Nederlandse dienst heeft gevlogen is ongetwijfeld de North American P-51 'Mustang'. Door zijn enorme actieradius kon deze jager de grote geallieerde eskaders bommenwerpers tot boven Berlijn begeleiden en beschermen. Voor Nederland heeft de 'Mustang' pas na de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië dienst gedaan tijdens de twee Politionele Acties en als fotoverkenner.

In het najaar van 1944 was dan wel een groot deel van het zuiden van Nederland bevrijd, maar Nederland boven de grote rivieren moest, na het mislukken van Operatie Market Garden, nog lang op de bevrijding wachten. Vooral de bevolking in het westen van het land ging een zware winter tegemoet, de Hongerwinter. Vele landgenoten stierven in die moeilijke maanden de hongerdood. Op 29 april 1945 maakte de BBC tijdens de nieuwsuitzending van 12 uur 's middags bekend dat op dat moment in Engeland een unieke operatie begon. Het betrof de legendarische voedseldroppings, die bekendheid kregen onder de benaming Operatie Manna en Operatie Chowhound. Aan deze beide operatie werd deelgenomen door zo'n 300 Britse Lancaster bommenwerpers en bijna 400 Amerikaanse B-17 Vliegende Forten. Dit keer gooiden de bommenwerpers geen allesvernietigende bommen maar werden ingezet voor het afwerpen van honderden tonnen voedsel boven het westen van Nederland, bestemd voor de hongerlijdende bevolking.

De luchtstrijd tijdens de Tweede Wereldoorlog eiste aan weerszijden een grote tol. Naar schatting 7.000 vliegtuigen zijn in de oorlogsjaren op Nederlands grondgebied, met inbegrip van de kustwateren, neergestort. Duizenden vliegtuigbemanningsleden verloren daarbij het leven. Ook de oorlogshandelingen in de Oost gingen gepaard met grote verliezen aan mensen en materieel.

In de wrakkenhoek in de Snijdershal liggen wrakstukken van vliegtuigen die in twee geheel verschillende delen van de wereld zijn neergestort. Op 22 december 1943 maakte een Amerikaanse B-24 'Liberator' een noodlanding in het IJsselmeer. Pas na de drooglegging van Zuid-Flevoland in 1975 konden de wrakstukken worden geborgen. Deze werden deels aan het MLM overgedragen, waar ze thans in de wrakkenhoek worden geëxposeerd. Op 28 december 1941 werd een Glenn Martin bommenwerper van de ML-KNIL neergeschoten door Japanse jagers en stortte neer in het oerwoud van Borneo. Wrakstukken van dat toestel werden in de jaren ´80 ontdekt, overgebracht naar Nederland en vervolgens geëxposeerd in de Snijdershal.

In het licht van de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog neemt de gedachtenisruimte in de Snijdershal wel een heel bijzonder plaats in. Tijdens de oorlogsjaren is, naast al die duizenden geallieerde vliegers en andere vliegtuigbemanningsleden, ook veel Nederlands vliegend personeel omgekomen. Hen wordt in het MLM op speciale wijze eer betoond. In de serene omgeving van de gedachtenisruimte is een ereboek opgesteld. De namen van de gevallenen van de Militaire Luchtvaart en de Marineluchtvaartdienst op het Europese continent en in Azië zijn vermeld in dit ereboek, waarvan elke dag een bladzijde wordt omgeslagen. Zo kan de bezoeker lezen wie er toen op die datum zijn gesneuveld.

Tot slot verdient nog vermelding dat in april 2004 op het buitenterrein op het Kamp van Zeist een monument is onthuld ter nagedachtenis aan de bemanning van de B-24 'Liberator' met de naam 'Connie', die op 21 juni 1944 na een luchtaanval op Berlijn de formatie moest verlaten en om 12.55 uur nabij Boesingheliede in de Haarlemmermeer neerstortte.

De objecten, het historisch fotomateriaal, de wrakkenhoek en de gedachtenisruimte in de Snijdershal van het MLM herinneren zo op markante wijze aan een tijd, waarin vrijheid minder vanzelfsprekend was dan anno 2005. Juist in een periode waarin uitdrukkelijk wordt stil gestaan bij 60 jaar bevrijding maken die herinneringen een bezoek aan het MLM tot een bijzondere ervaring.

Op afspraak worden er rondleidingen gegeven door onze deskundige medewerkers en kunt u kennis maken met de Nederlandse militaire luchtvaart en de collectie van het Militaire Luchtvaart Museum. Bel voor meer informatie omtrent de mogelijkheden van een groepsbezoek en rondleidingen: 0346 - 35 60 00.

Sponsoren